Fietsen in China
Na de ontberingen in de Stans leek China het paradijs op aarde, met Kashgar als haar prachtige hoofdstad. Na drie maanden en ruim 6000 km door China gefietst te hebben, was de glans er voor mij helaas wat vanaf. Dat kwam onder meer doordat de kloof tussen ons en de lokale bevolking maar zelden overbrugd kon worden en de Chinese samenleving zo enorm commercieel is. Toch was fietsen in China een prachtige ervaring. De landschappen en het eten zijn fenomenaal en vanwege de belangrijke rol van China in onze wereld is een kijkje in de keuken erg interessant en zeker aan te raden.
Fietsroutes
Onze route door China liep door grofweg drie gebieden. Allereerst moesten we bijna zes weken fietsen door woestijngebied. Om de Taklamakan woestijn lopen vanaf Kashgar twee wegen, een noordelijke snelweg en een zuidelijke snelweg. Het is hoe dan ook afzien, maar de noordelijke route is een stuk makkelijker omdat er veel dorpen aan de route liggen. De zuidelijke route is niet aan te raden. Zo is er een stuk van 300 km zonder enige voorzieningen, kom je langs een gigantisch open asbestmijn en eindig je in een gebied gesloten voor toeristen. Mocht je op de zuidelijke route de stad Hotan willen bezoeken dan is het vervolgens mogelijk om dwars door de woestijn de G217 te nemen naar de noordelijke route. Langs de wegen dwars door de woestijn zijn voldoende waterstations en voorzieningen en prachtige zandduinen.
Na ruim vijf weken door woestijngebied gefietst te hebben, klommen we vanaf Zangye omhoog naar het Tibetaans plateau in de provincie Qinghai, het tweede gebied op de route naar Hong Kong. Met de vele Tibetaanse kloosters, jaks en prachtig berglandschap is het gebied echt fantastisch. Het plateau is meestal boven de 3000 meter waardoor het ‘s nachts nog best fris is.
Vanaf Xining fietsten wij in zuidelijk richting naar de stad Chengdu. De meeste fietsers die we onderweg tegen zijn gekomen volgen de Zijderoute in oostelijke richting naar Xi’an en uiteindelijk Beijing. Deze route schijnt wat betreft het landschap tegen te vallen met veel steden en industrie.
Na de afdaling vanaf het plateau naar Chengdu kwamen we in de derde regio van China. Het subtropisch gebied is heuvelachtig en erg mooi, al zij het regelmatig dichtbevolkt. Daarnaast wordt het gebied gekenmerkt door veel regen en muggen, maar ook door bamboebossen, prachtige vlinders en heerlijk eten. De bergen op de grens van de provincies Guizhou en Guangxi zijn bijzonder mooi met veel rijsterrassen, watervallen en rustige wegen.
Voor China hebben we de kaarten van Gizi gebruikt. De kaarten bevielen goed. Zelfs van kleinere steden was de naam ook in Chinese karakters aangeduid (in de provincie Xinjiang ook in het Arabisch schrift) en de schaal was prima. Er zaten, voornamelijk in Xinjiang, ook wat onnauwkeurigheden in de kaart. De nationale weg ontbrak vaker dan op de kaart stond aangeven en sommige dorpjes bestonden in werkelijkheid niet meer.
Kwaliteit van de wegen
De wegen in China zijn over het algemeen uitstekend. De overheid is hard bezig met het uitbreiden van het snelwegen netwerk, waardoor op den duur de nationale wegen minder druk zouden kunnen worden. Maar helaas betekent dit in sommige gebieden wel dat alle aandacht uitgaat naar de nieuwe snelwegen en de kwaliteit van de nationale wegen slecht is (vooral in Guizhou en Guangxi). Opvallend was dat de wegen op het Tibetaans plateau uitmuntend waren en erg rustig.
In de afdaling naar Chengdu zitten in de laatste 150 km tot de stad erg veel, slechte, tunnels. De tunnels zijn smal, niet geventileerd en zelden goed verlicht. Erg gevaarlijk voor fietsers. We waren niet ongelukkig dat we door pech aan de fiets het laatste stuk tot de stad een taxi moesten nemen.
Automobilisten
Chinezen zijn slechte chauffeurs. Ze kijken niet en remmen niet, ze toeteren. Voor ons was al dat getoeter een van de grootste ergernissen van de reis. Het beste is om er maar zo snel mogelijk vrede mee te hebben, want het blijft in heel China doorgaan. Daarbij rijden buschauffeurs als maniakken, zijn de Chinese trucks echt gigantisch en halen auto’s niet zelden ontzettend gevaarlijk in. Het verkeer is kortom niet altijd een pretje. Helaas is het soms onvermijdelijk om een drukkere weg te nemen en is het hopen dat er een ruime vluchtstrook is. Alleen in China ben ik een keer aangereden, gelukkig zonder veel schade.
De drukte op de wegen wisselt. Rondom de Taklamakan was het op de snelweg best rustig en ook op het Tibetaans plateau was het rustig. Maar in de buurt van steden (in steden zijn er fietspaden!) en in het zuiden van China kon het verkeer erg druk zijn.
Voorzieningen
De voorzieningen in China zijn goed. Er is in elk dorp voor geen geld vers fruit en verse groeten te krijgen en een restaurant te vinden met gekoelde dranken. Water wordt niet uit de kraan gedronken, maar gekookt (dan krijg je een bekertje met warm water) of gedronken uit een waterkoeler. Internet en een warme douche zijn, zeker in het westen van het land, alleen in de grotere steden te vinden.
Het eten in China is heerlijk en spotgoedkoop. Daarom dat wij vanaf Chengdu ‘s avonds niet meer zelf kookten. We bereiden ‘s ochtends met melkpoeder zelf pap en aten de rest van de dag nog drie keer in een restaurant. Hierdoor hoefden we ‘s avonds alleen maar de tent op te zetten, zodat we zo min mogelijk ten prooi vielen aan vraatzuchtige muggen.
Tankstations zijn er te over en de brandstof van goede kwaliteit. Op gas koken kan ook gemakkelijk in China. Vrijwel elke grotere stad heeft outdoorzaken waar gastankjes te krijgen zijn.
Gevaren
We zijn in China niet echt in de problemen gekomen. De politie was bij de grens in Xinjiang wat opdringerig, omdat ze ons graag zo snel mogelijk zagen verdwijnen. Daarna hebben we nooit meer last gehad van politie.
Op het Tibetaans plateau lopen sommige waakhonden, vooral langs kleine wegen, los. Maar de overlast was nooit zo erg als de achtervolgingen in Turkije.
Een ander mogelijk probleem in China is het verlengen van het visum. We hebben van Britse fietsers gehoord dat zij geen visum verlenging kregen. Waarschijnlijk is het voor Nederlanders geen probleem. Maar je wil in China echt niet in de bureaucratische draaimolen terecht komen. Op reis zijn we zelden zo inflexibele en asociale ambtenaren tegengekomen als in China.
En tot slot is zoals eerder aangegeven het verkeer in China weinig fiets vriendelijk.
Weer
In elk van de drie Chinese gebieden was het weer anders. In Xinjiang was het warm en droog. Gelukkig was het er toen wij er waren nog goed uit te houden en regende het zelfs zeven dagen. Een paar weken later waren de temperaturen al ver boven de 40 graden. Dan wil je liever niet fietsen.
Op het Tibetaans plateau was de temperatuur goed. Overdag is het niet heet en ‘s avonds fris genoeg om lekker onder een slaapzak te kunnen liggen. Helaas regende het wel vaak en veel, zeker naar de zuidelijke rand van het plateau toe. Door de combinatie van regen en de frisse temperaturen droogden onze natte spullen nauwelijks.
In het zuiden was het weer subtropisch met hoge luchtvochtigheid, regelmatig regen en hoge temperaturen. Vooral ‘s nachts in de tent liggen was geen pretje. Met een briesje van voor was fietsen nog best te doen en alle restaurants hebben ventilatoren of airco.
Overnachten
Kamperen was in de eerste twee gebieden van China een eitje. Er is veel ruimte en het de gebieden zijn dunbevolkt. In de Taklamakan hebben we nog een aantal keer heerlijk in een boomgaard kunnen staan bij een oasedorpje. Vanaf Chengdu wordt het vinden van een kampeerplek lastiger. Bijna elke vierkante meter is in gebruik. Maar uiteindelijk is er altijd wel een plekje te vinden, zij het zelden een mooie plek. Daarnaast is het kamperen in Zuid-China met een tent echt niet aan te raden. Door de hitte en hoge luchtvochtigheid lagen wij eerst nog een paar uur keihard te zweten en voelde de tent als een Turks stoombad. Mocht je nog verder fietsen naar Zuidoost-Azië neem dan een hangmat mee. Officieel is wildkamperen in China verboden, maar wij zijn er nooit op aan gesproken.
Overnachten in hotels is niet altijd even makkelijk. In de meeste grotere steden zijn er poepiedure hotels speciaal voor Westerlingen en is het de andere hotels verboden buitenlanders binnen te laten. Hostel zijn er in toeristische steden en vaak van goede kwaliteit. In kleine dorpjes kun je heel goedkoop, rond de 25 yuan, een kamer met bed krijgen, zonder douche of eigen toilet. We hebben van zulke kamers een paar keer dankbaar gebruik gemaakt tijdens de vele regen op het Tibetaans plateau.
Het is erg jammer dat we in China nooit meer spontaan zijn uitgenodigd door mensen om bij hun thuis te blijven slapen. Gelukkig hebben we via Couchsurfing nog een paar keer in een Chinees appartement van binnen mogen zien. Misschien hebben we pech gehad, want we hebben ook verhalen gehoord over erg gastvrije Chinezen.
Reserveonderdelen
In China zijn we meermaals langs een fietsmaker moeten gaan. Onze trouwe Sputniks waren de laatste weken toe aan een goede onderhoudsbeurt, maar deze hebben we gemakkelijk nog kunnen uitstellen tot na de finish. Er zijn best veel fietsenwinkels in China, maar ze zijn voornamelijk gericht op de verkoop van flitsende mountainbikes. Fietsenmakers zijn erg behulpzaam en willen het werk vaak gratis doen. In Kashgar schijnt de Merida winkel de betere mechanieker te hebben. In Xining zat de beste fietsenmaker die we op de reis zijn tegengekomen. Een klein onopvallend zaakje, wat zich ook richt op degelijke vakantiefietsen. Bij het Lete youth hostel kennen ze het adres. In Kaili zit onder het stadion een fietsersclub. De eigenaar van de club heeft zelf door China gefietst.
Aangezien in China bijna uitsluitend mountainbikes gebruikt worden zijn sommige vakantiefiets-specifieke onderdelen niet te krijgen (bepaalde types derailleur, snelle bandjes, bar-end shifters). Ook fatsoenlijke duct tape is niet te vinden in China.
Thijs
